Ik en honden, onafscheidelijk

Ik werd geboren in de Arnhemse Loevesteinlaan op 18 juni 1975. Een bloedhete zomer. In de tuin vonden mijn ouders wat verkoeling en ik lag dan in de wieg met naast mij onze boxer, Spetter genaamd. En wie het waagde de tuin in te komen bedacht zich nog wel een keer… de lip ging omhoog bij onze Spetter.

Waarom Spetter Spetter heette hoef ik niet uit te leggen, toch? 😉

Hij beschermde mij, at taart met mij en sleepte mijn vader dikwijls over de stoep bij het uitlaten. Wie liet wie nou uit?

In mijn leven zijn bijna altijd honden geweest. Zo ook in Den Helder, bij mijn oom en tante, een bouvier, genaamd Jasper. Koekjes voeren in de garage van de Dollardlaan, mooie herinnering. En de naam Jasper zal vaker voorkomen in mijn leven met honden, daarover later meer.

Na de scheiding van m’n ouders, koos m’n vader in zijn nieuwe huis in Amsterdam, later werd dat Diemen, voor een Ierse Setter, genaamd James. Wat een lieverd was dat, bloednerveus, maar bij hem voelde ik voor het eerst liefde voor de hond. Ik huilde bij hem en fluisterde ’s nachts in bed met hem over de scheiding en de problemen die er toen waren. Gek van blijheid werd ik dan ook toen ik op een vrijdagavond bij m’n vader kwam en er een puppy in het souterrain was. Weer een Setter, genaamd Shariff. Z’n broertje heette Omar en kreeg een ander adres. Bij mijn vader had ik dus twee Ierse Setters. Intens geluk! We liepen veel bij de Gaasperplas en op het strand. Samen met m’n vader en de honden. Intense momenten. En toen uiteindelijk Shariff overleed was ik net als mijn vader even ontroostbaar. Mede omdat mijn vader door zijn ziekte besloot om niet meer aan een hond te beginnen…

Mijn broer woonde toen ook in Diemen en had een boomer-hondje van een overleden meneer in huis genomen, de hond heette Meneer Jansen. Lief beestje. Na de verhuizing van mijn broer naar Brazilië bleef de hond bij mijn vader, het was al een oud beestje en had bij mijn vader een mooie laatste paar jaar (toch nog..).

Ondertussen had mijn zus ook al een hond in huis. De oude Setter James woonde z’n laatste jaren bij haar door omstandigheden. Zijn naam werd tot Jimmy omgedoopt, hij vond het prima. In Rotterdam heb ik nog veel met hem gespeeld en gewandeld wanneer ik bij mijn zus logeerde. Shady de boxer volgde, maar dat lieve beestje bleek niet gezond, ze stierf helaas vroegtijdig aan een gekantelde maag. Toen kwam lieve Roefio, een Drentse patrijs. Wat een schat was dat. Nu in Middelharnis is er ruimte voor wel twee honden, twee prachtige Duitse herders, Sam en Luna. Ik word altijd hartstochtelijk begroet, alsof ik jaren ben weggeweest en ik vind het heerlijk.

Toen ik in 1996 m’n vrouw leerde kennen vertelde ze dat ze ook was opgegroeid met een Boxer, genaamd Lenco. Altijd weglopen, de plaatselijke hermandad kende ‘m al en bracht hem soms thuis. Zat hij voorin het Volkswagen busje triomfantelijk naar buiten te kijken. Wat zou hij nou gedacht hebben telkens?

De tante van mijn vrouw had ook een hond, een Ierse Setter, genaamd ….Jasper. Daar bleek geen land mee te bezeilen, pikte eten, werd lelijk in gedrag en moest helaas mede daardoor weg ivm de kinderen en ziekte van het baasje.

Bij mijn schoonmoeder thuis in Engeland (net buiten Londen) leefden ze ook met een hond en ja, weer een boxer, genaamd MacTavish, een prachtige naam. Later bleek dat eerder genoemde Leiderdorpse Lenco verre familie bleek te zijn van MacTavish. Ik moet nog eens uitzoeken hoe dat ook alweer precies zat. De stambomen liggen ergens, maar waar ook alweer?

Na de geboorte van onze kinderen kozen we heel bewust voor een hond in ons leven. Daar was ook nog wel tijd voor. Sterker nog, later bleek het hebben van een hond voor structuur te zorgen in ons drukke bestaan. Het werd een boxer. Een pup van de Hoevensehof te Langenboom. Zoon van Indy de la Verdière, een kampioen. Een rib uit ons lijf, maar inmiddels 12 jaar later blijkt het een lieve sterke hond, zonder veel problemen. We noemden hem Jasper, naar de eerder genoemde bouvier uit Den Helder en de Setter uit Den Haag. Door hem bleef ik ook in minder fijne tijden in ons leven op tijd uit bed komen en kwam ik vier keer per dag buiten. Ook in de meest zwarte periode van mijn leven. Jasper hielp mij/ons er doorheen en daar ben ik ongelooflijk blij om.

En toen kwam er een plaatje voorbij via Facebook. Een noodkreet. Fender een boxer van een jaar zat bij een gezin waar dat eigenlijk niet meer kon door omstandigheden. Ik keek ernaar, overlegde met thuis, maakte contact met z’n baasje en mocht komen kijken. Diezelfde middag was ik z’n nieuwe eigenaar. Fender kwam erbij. We wilden hem eerst Jochem Meyer dopen ivm z’n drukke karakter, maar het viel mee. Thuis was hij snel aan ons gewend en doorloopt inmiddels het gewone huis-ritueel zoals dat bij ons gaat. Jasper moest er even aan wennen, maar lijkt ook niet meer zonder hem te kunnen. Elke ochtend begroeten ze elkaar, wat voor ons een ultiem vrolijk stukje entertainment is bij het ontbijt. We hebben de mazzel dat het ook kan. We werken meestal zo dat er altijd wel iemand thuis is en ze minimaal vier keer uit kan laten. Ze maken mij blij. En wij hen….

Er wordt vaak nogal negatief over honden en hun eigenaren bericht in de lokale media in verband met de ontlasting en andere overlast. Ik vind dat ook vervelend, dat hoor je netjes op te ruimen en zorg ervoor dat je een ander nooit tot last bent met je hond. Maar vergeet niet dat de hond en z’n eigenaar ook een soort maatschappelijke bijdrage levert. Vooral in de late uurtjes heb ik nogal eens de politie gebeld over een verdachte situatie, zoals mogelijke inbraak, diefstal of vernieling. Ook geeft het hebben van honden in en om mijn huis mij een veilig gevoel, ook als ikzelf eens van huis ben.

Mijn liefde voor honden, met de paplepel ingegoten zal nooit meer overgaan en ik zal zo lang als ik kan leven met honden om mij heen.

20140327-230755.jpg

Een koninklijk praatje

Het moet 2003 of 2004 geweest zijn dat ik met onze Bas, toen nog Basje op pad ging met de fiets. Hij voorop in de bobike aan het stuur. Wat heb ik dat altijd als geweldig ervaren. Steeds even ruiken aan dat frisse koppie, zingen en hele gesprekken. Een op een vader en zoon.

Ik fietste naar het strand Wassenaar. Het was in het voorjaar. Even met de pootjes in zee en daarna een ijsje, we deden dat regelmatig, maar deze keer zal ik nooit vergeten. Ik parkeerde mijn fiets, haalde Basje uit het zitje en iets verderop zaten twee oudere dames op een bankje met allebei een witte zonnehoed op en mijn Basje trok hun aandacht. Bas had echter oog voor iets totaal anders. “Paard paard!” Hoorde ik hem maar roepen en ik zag wat hij bedoelde. Met gestrekt armpje en een gezicht vol spanning wees hij mij op drie paarden die langzaam het strand af kwamen lopen. Een vrouw voorop en daar achteraan twee heren te paard. Ik pakte Bas z’n hand en wilde met hem verder lopen, het strand op, tot ik merkte dat het voorste paard, inmiddels naast ons, halt hield en ik de vrouw iets hoorde zeggen tegen Bas. “Dag jongen, ga je lekker op het strand spelen met je papa? Geniet maar fijn, het is er heerlijk, dag jongen!” Waarna de paarden weer verder liepen. Ik stond de paarden kennelijk zo suf na te kijken dat de twee dames op het bankje tegen ons begonnen te praten. “Meneer, weet u wel wie er net tegen uw zoon sprak?” Ik herkende haar achteraf wel natuurlijk, maar het was zo onwerkelijk en haar haar zat zo anders…. “Meneer, dat was (toen nog) koningin Beatrix met haar twee beveiligers, ze komt hier vaker”. Ik keek nog eens om en dacht, verrek de koningin sprak zojuist mijn Bas aan…. koningsgezind als ik ben was ik de rest van de dag behoorlijk onder de indruk.

Later vertelde ik over mijn tête-a-tête met de koningin aan mijn vader. Hij had het vermoeden dat Bas de aandacht had getrokken door z’n uiterlijk. Mooi koppie met spierwit halflang haar. Hij zag eruit als een prinsje. Ons prinsje zal onze koningin misschien wel heel even geassocieerd hebben met haar eigen prinsje (W.A) van vroeger.

Een bijzonder moment.

20140227-175231.jpg

Het begon zo lekker

2014 begon heel prettig. We konden rampjaar 2013 afsluiten. Een jaar waarin ik op een bizarre wijze kennis heb gemaakt met hoe “een systeem” zich ontzettend tegen je kan keren.
Tegelijkertijd wil ik ook vermelden dat ik in de tweede helft van 2013 in dienst ben getreden bij Pro-Cura thuiszorg en dat ik daar helemaal op m’n plek ben.

Kerst 2013 hebben we gevierd met familie. Oud en nieuw werd rustig thuis gevierd met lieve mensen om ons heen. En op 1 januari sprong ik de Noordzee in en waste ik symbolisch de rottigheid van me af en liet het achter in zee.

In januari begon ik sportief, ik voelde me heel goed. Positief, sterk. Ik liep een tien kilometer cross, een halve marathon (Egmond) en trainde actief. Ik schreef me in voor Schoorl, CPC en Leiden. De zomervakantie werd geboekt en de kinderen doen het goed op school.

Totdat ik op een zaterdagmiddag boodschappen deed met m’n dochter en ik me opgejaagd voelde. Ik was benauwd en had een rood gelaat. Het voelde alsof ik goed en veel gegeten had, veel te veel. ’s Avonds at ik nog wat en besloot naar de eerste hulp te gaan. Daar wisten ze niet precies wat er gaande was, echter wel dat er wat mis was met mij. M’n hartritme kwam in rust soms tot 180. Ik moest blijven. Ik ben daarvan geschrokken. Ik had nog nooit in het ziekenhuis gelegen. Die nacht sliep ik redelijk. De medicatie die m’n hart rustiger moest laten kloppen werkte echter niet, er zou een cardioversie plaatsvinden (schok met strijkijzer onder narcose) en dat hielp. Twee uur later stond ik buiten. Als advies kreeg ik mee even geen koffie te drinken, stress te vermijden en niet hard te lopen, precies dat waar ik zo van kon genieten. (Dit jaar precies 10 jaar hardlopen!)

Ik ben direct gestopt met koffie drinken en heb daar totaal geen last van gek genoeg. Het hardlopen mis ik enorm, maar ik durf het niet, bang dat “er wat gebeurt”. Het vertrouwen in m’n lijf ben ik even kwijt.

Vanmorgen deed ik in het ziekenhuis de fietstest/inspanningstest en die ging heel goed. M’n bloeddruk steeg normaal, evenals m’n hartritme en na afloop herstelde dit ook weer normaal. Weerstand 230 watt is de grens die normaal is, ik trapte 250 watt weg. Dus tevreden.

A.s zondag ben ik als vrijwilliger actief bij de 20 van Alphen ipv dat ik zelf loop en datzelfde geldt voor Leiden. Ik zal heel rustig weer moeten beginnen met zelf hardlopen en tot die tijd (na de zomer) zal ik fietstochten maken, wandelen met m’n cliënt en af en toe de sportschool bezoeken.

Het is een kleine hapering in dat wat juist zo lekker begon. Het is balen, maar ik kan er even niets aan doen. Eind maart bezoek ik m’n arts en dan hoor ik meer.

20140227-164452.jpg

Life Goes on

Mooi omschreven, maar wat balen zeg…

WendySolar1971

Al weer een tijdje geleden naar de chiropractor. Denk een week of vijf geleden. Helaas … Ook dit is weer niet het reddende middel. Na 3 weken kreeg ik een terugval. dacht zelf dat ik de boel overdreven had met hardlopen. Maar nu weer drie weken later ben ik er van overtuigd dat niet alleen de bekkenband op mijn rug zwak is maar dat ook een spier in mijn linkerbovenbeen voorop mijn heup overbelast is.

Gisteren was de druppel. Had een uurtje gezwommen. Prima, geen probleem. Ik zou eigenlijk half uurtje hardlopen maar de buurvrouw vroeg of ik mee ging wandelen. Had ik dat nou maar niet gedaan. Na 20 min. Al last op de plek die nu zo’n pijn doet. Uiteindelijk 1 uur en 15 min. Gelopen. Helemaal foute boel.

Ik voel me nu, weer, zo stom.

Wat moet ik nu niet meer doen:
– langer dan 1 uur…

View original post 83 woorden meer

Stemmen 3.0

Binnenkort mogen we weer stemmen. Móéten we weer stemmen vind ik, ook al begrijp ik dat steeds meer mensen zeggen dat het toch niets uitmaakt. We worden soms flink in de maling genomen, dat zie ik ook. Veel schandalen, beerputten en aantoonbare leugens passeerden de revue. Oprecht jammer en echt onnodig vind ik dat. Je gaat de politiek toch in uit een soort overtuiging? Hoe kun je “het volk”, je eigen stemmers soms zo voor de gek houden? Ik begrijp dat niet.

Waar moet ik op stemmen? Wat vind ik belangrijk? Wie lijkt het meest betrouwbaar? Een lokale partij? Een strategische stem? Een schop naar links, of juist naar rechts? Wie heeft het meest geloofwaardige partijprogramma? Op wie moet ik stemmen om zo zeker mogelijk te zijn van werk? Wie staat z’n mannetje bij de talloze debatten op radio en tv?Waar zijn mijn cliënten het meest bij gebaat? Niet eerder vond ik het zo lastig! De stemwijzers op internet blijken soms zelfs ook al beïnvloed, dus die negeer ik maar. Ik ga uit van m’n gezonde verstand in combinatie met het “onderbuik gevoel”. Ik lees er veel over, ik luister naar discussieprogramma’s, praat met familie en vrienden, maar veel politici roepen soms dingen die mij vaak allemaal wel aanspreken. Van uiterst rechts tot uiterst links. Ik hoorde eens iemand zeggen dat je moet kiezen zonder je emoties aan te spreken, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik stem júíst uit emotie.

Ik werd 18 en mocht stemmen, ik weet dat nog heel goed. Ik stemde PvdA, net als m’n vader. Waarom? Omdat m’n vader daarop stemde en er actief in was en er veel over sprak. Het klonk overtuigend. Ik vond Lubbers een rare man en Den Uyl heel aardig, later ook Wim Kok. Ach, wat weet je nou op je 18e?

Nu weet ik het gewoon niet na jaren op dezelfde te hebben gestemd, maar daar ben ik nu zo ontzettend in teleurgesteld. Ik ben een zwevende kiezer en wil een keuze maken voordat ik het hokje inloop straks. Er overtuigd van zijn dat ik goed stem. Dat mijn stem er toe doet. Anders heeft stemmen toch geen zin?

Ik zou mij best actief willen inzetten voor een politieke partij, want ik heb over actuele zaken vaak een uitgesproken mening. Ik ben in staat om diezelfde mening bij te stellen, wanneer iemand mij met goede argumenten weet te overtuigen. Wim Kok kon dat zo mooi zeggen; “Ik ben tot een ander inzicht gekomen”. Dat is knap als je dat kan. Maar ik ben bang dat ik mezelf in de politiek teveel ga verliezen, ik ben een emotioneel type.

Ik denk dat ik m’n hart maar volg, want dat klopt…

Ultieme eenzaamheid

“Drie jaar dood in huis”.

Van dit soort berichten word ik altijd een beetje somber. Drie jaar dood in huis. Van alles gaat dan door m’n hoofd. Hoe is diegene overleden, wanneer precies en wat ging eraan vooraf? Welk leven leefde hij of zij? Een zelfgekozen eenzaam leven, of misschien pniet? Is je leven dan mislukt, mag ik dat zeggen? Dat je drie jaar dood in je huis ligt en er niemand is die je mist? Ik vind dat heel erg.

Ik spiegel dan vaak. Ik neem mijn eigen leven als maatstaf. Zou dit mij kunnen overkomen? Kan ik zo eenzaam sterven? Wat zou ik op m’n geweten hebben als niemand zich meer met me bemoeid? Zou het een leven zijn vol verslavingen, (financiële) zorgen, of wellicht een tijdlang detentie, waardoor je van de maatschappij vervreemdde? Geen familie nabij, omdat je vluchtte uit je moederland verscheurd door oorlog, of was je “gewoon” een eenling? Eigenwijs en met niemand wat te maken willen hebben, teleurgesteld door het leven? Misschien juist niet. Maar ultiem geluk kan ik het onmogelijk noemen…

Heeft dan niemand iets gemerkt van jouw plotselinge afwezigheid? De brievenbus die overvol raakte? De nutsbedrijven merkten niets op? De buren? De wijkagent? De vliegjes op de ramen met die altijd gesloten gordijnen, dat moet toch iemand vreemd hebben gevonden? Dat vieze geurtje…

Een klein berichtje in de krant. Een hoop verontwaardiging en onbegrip in de straat waar je woonde. De brief met vragen en mededelingen van de gemeente en politie. Op de sociale media hier en daar een mening die geventileerd wordt. Dan je uitvaart in bijzijn van een handvol mensen van de gemeente en begrafenisonderneming en dat was het dan.

Drie jaar dood in huis….

Een ethisch dilemma

Mijn werk bestaat uit verzorgen. Verzorgen in de meest brede zin van het woord. Soms bestaat het verzorgen uit wassen op bed, hulp bij douchen, een maaltijd bereiden of de medicatie aanreiken en meestal wordt er veel besproken. De meeste mensen waar ik kom wonen alleen en vinden mijn bliksembezoek prettig.

Halverwege de zomer kregen we een nieuwe cliënt, een in Leiderdorp bekende heer. Woonde in een prachtig nieuw appartement. Het stond te koop, want hij was ziek. Heel erg ziek, hij had te horen gekregen dat hij niet meer beter zou worden.

Onze eerste kennismaking weet ik nog goed. “Kom binnen, ga lekker zitten, koffie?” We gingen eerst op ons gemak zitten en ik werd meer dan hartelijk ontvangen. Hij vertelde over zijn appartement en waarom er bijna geen zitplaatsen waren… dezelfde reden als waarom zijn huis te koop stond. Hij wilde zijn familie er niet mee opzadelen. Juist dít typeerde deze heer, hij wilde niemand lastigvallen en hield graag de regie in eigen hand. En die regie hield hij…. tot het einde daar was.

Hoeveel gesprekken we gevoerd hebben weet ik niet, maar het waren er heel veel en niet zelden heel interessant. We zaten vaak op dezelfde frequentie. Het ging over de economie, de politiek, over muziek, zijn vroegere leven, over Leiderdorp, zijn geloof en zijn worsteling over het zelfgekozen einde nu hij wist dat hij ziek was. Ik luisterde dan, ja wat moest ik ervan vinden? Uiteraard heb ik een mening, maar ik ben ook professioneel. Ik probeerde hem dan meer dan eens neutraal uit te leggen hoe een en ander geregeld is in ons land en dan belde hij de arts weer op en twijfelde hij weer. Hij baalde ervan dat hij het naderende einde niet in de hand had. Hij werd daar heel zenuwachtig van.

Tot die laatste week. Hij leek zo strijdbaar ineens op maandag de 10e. Hij zei ’s morgens met die pretogen ineens “Dave, kom je straks met je autootje?” Dat beloofde ik hem, “we gaan een rondje rijden, het wordt mooi weer, dus we gaan met het dakkie open, dan krijgt u toch ook wat frisse lucht”. Dat deden we. Hij stapte in met z’n muts op en had zichtbaar plezier in ons tochtje om ons Leiderdorp. Zijn highlights gingen we langs en hij genoot.

Dinsdags ging het ineens minder met hem. Mijn collega bestelde zelfs een ziekenhuisbed en wat andere zaken en hij kroop in dat nieuwe bed nadat we hem nog even staande naast het bed hadden gewassen. Het lag heerlijk, hij kon zelfs naar de tv kijken, de olympische spelen.

Deze week werd de zorg overgenomen door de collega’s van de 24-uurs dienst, dan was hij niet alleen, daar was hij zo bang voor. Ook al vertelde ik honderd keer dat dat niet zou gebeuren.

Op vrijdag werd ik gebeld, hij had naar me gevraagd. Ik kwam direct en we hadden nog even oogcontact, ik fluisterde dat ik er was, z’n dochter en familie was ook onderweg. Het was goed. Het had iets moois. Heel intiem. Het ging ineens erg snel.

Toen, die middag was het zover, om 13:00 uur klokslag blies hij, zonder hulp van buitenaf, in bijzijn van zijn familie in vrede zijn laatste adem uit.

De regie tot het laatst.